Architectuur & design

De opkomst van La Fábrica

In 1973 ontdekte Ricardo Bofill een industriële cementfabriek net buiten Barcelona. Het werd de start van een vernieuwend project dat tot op de dag van vandaag voortduurt.

Begin jaren zeventig was de Spaanse architect Ricardo Bofill op zoek naar zowel een huis voor zichzelf, als een ruime werkplaats voor zijn bedrijf. Dit was best een ambitieus project, aangezien de regelgeving in Barcelona destijds geen dubbele woon- / werkruimte toestond.

In 1973 viel Bofill’s oog op oude schoorstenen die boven het groen in de voorsteden uitstaken. De cementfabriek zou de maand daarop sluiten en nadat Bofill met de manager sprak, kocht hij het pand en begon hij aan een levenslang project.

(c) Courtesy of Ricardo Bofill

Een eindeloos project

De fabriek werd voor het eerst gebouwd in de jaren 1920, tijdens de eerste industrialisatie-periode in Catalonië. Ze werd in de loop van de tijd voortdurend uitgebreid om de vraag naar cement te kunnen bijhouden. Bofill was enorm geïnteresseerd in het idee van een eindeloos project dat nooit echt afgewerkt raakt. Het heeft een grote invloed gehad op zijn eigen hervorming van het pand.

De fabriek bestond oorspronkelijk uit meer dan 30 silo’s, ondergrondse ruimtes en machinekamers. De contrasterende architecturale stijlen van de bestaande gebouwen zorgden voor een overvloed aan creativiteit bij Bofill en zijn team. Het oorspronkelijke grondwerk duurde iets meer dan anderhalf jaar. De verborgen schoonheid van de structuren werd blootgelegd en de resterende gebouwen werden verbonden via landschappen. Elke ruimte kreeg een nieuw doel toegewezen.

Een gesloten universum

De gebouwen en het omliggende terrein werden gedurende zo’n veertig jaar aangepast en hervormd. Het leidde uiteindelijk tot een soort van compound waar het architectenbureau en zijn familie zijn gehuisvest.

Tegenwoordig bevat de fabriek van 31.000 vierkante meter een enorme multifunctionele ruimte, “De Kathedraal” genaamd. Ze wordt gebruikt voor tentoonstellingen, concerten en culturele functies, maar ook voor kantoren,een modellaboratorium, archieven, een bibliotheek, een projectieruimte en natuurlijk de huizen van de familie. Het geheel is omringd door weelderige tuinen met eucalyptus, palmen, olijfbomen en cipressen. Het is makkelijk te begrijpen dat de architect een enorm potentieel zag in wat ooit een vervallen industriële nederzetting was.

Zoals de meester zelf zei: “De Cementfabriek is dé werkplek bij uitstek. Het leven gaat hier voortdurend verder, met weinig onderscheid tussen werk en vrije tijd.”

(c) Courtesy of Ricardo Bofill

Bron: Archdaily

You Might Also Like

No Comments

    Leave a Reply

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

    %d bloggers liken dit: